Nu Laat ik Patricia de Martelaere aan het woord over lezen. Het essay komt uit de bundel ‘Een verlangen naar ontroostbaarheid’,ondertitel: ‘over leven, kunst en dood’. Uitgegeven in 1993. Titel van de tekst ‘De wereld is een woord’. ‘Een van de vreemdste vragen die Wittgenstein in de ‘Philosophische Untersuchungen’ tot zijn lezerspubliek richt is wel die naar het lezen zelf. Waarin bestaat precies die vreemde activiteit waarbij de ogen van een voor het overige onbeweeglijke persoon zich van links naar rechts bewegen over gedrukte of geschreven tekens op papier en tegelijkertijd bepaalde klanken hoorbaar of in stilte worden voortgebracht? Op welke manier zijn die mysterieuze tekentjes verbonden met de opgeroepen klanken- of begrippenreeks, en waarin ligt dan het verschil met het uiten van een identieke klankenreeks zonder begeleidend schriftbeeld? Een typisch Wittgensteiniaans experiment(Philosophische Untersuchungen 161): zeg de getallen van een tot twaalf. Kijk vervolgens op je horloge en lees ze nu. Wat was het precies dat je ‘lezen’ noemde in het tweede geval? Wat heb je gedaan om het tot lezen te maken? Na de eerste perplexiteit die doorgaans volgt op Wittgensteins vragen zal de verleiding groot zijn te antwoorden: lezen bestaat in een zeer speciale gewaarwording, waarbij iets (de klanken of begrippen) wordt afgeleid uit iets anders (het schriftbeeld). De hele vraag herhaalt zich echter meteen met betrekking tot dit ‘afleiden’: waarin bestaat precies het afleiden van iets uit iets anders? Een natuurlijke band tussen grafische tekens en hun fonetische of conceptuele realisatie is er immers niet; de letter a lijkt in niets op de klank ‘a’ en heeft dan ook uit zichzelf geen enkel causaal vermogen om deze klank (en geen andere) op te roepen. Wittgenstein tekent bij wijze van proef een spiraalvormig krulletje en vraagt zijn lezer de klank uit te spreken die hierbij ‘spontaan’ in hem opkomt. Voor de een zal dat de ‘s’ zijn, voor een ander de ‘u’ , maar voor wie niet weet wat hij verondersteld wordt te doen zal er gewoon geen klank verschijnen – zoals er normalerwijze ook geen klank wordt geassocieerd met een vierkantje of een sterretje. Wat kan het dan betekenen dat het bij ‘lezen’ om een speciale vorm van ‘afleiding’ zou gaan?’ (bladzijde 24-25) Wordt vervolgd.