Mooie datum. Verder met Klara Obermüller over Gerhard Roth. ‘Etnograaf, archeoloog, anatoom of zelfs holenonderzoeker zoals in ‘Langläufiger Tod’ – dat zijn slechts verschillende metaforen voor een en hetzelfde beroep, dat van schrijver, zoals Gerhard Roth dat opvat: de schrijver die de dingen tot op de bodem onderzoekt, het verborgene aan het licht brengt, het verdrongene in het bewustzijn terughaalt en zich daarbij steeds geconfronteerd ziet met een buitenwereld die nergens iets van heeft geweten en nergens iets van wil weten. ‘We weten niets van de holen waar u het over heeft, ook over verongelukten is ons niets bekend’- het antwoord van de waard is het antwoord van Oostenrijk op vragen naar zijn verleden. Camouflage, mimicry en vermomming. Zwijgen en verzwijgen tot en met de bewuste leugen zijn gedragingen die men in de romancyclus van Gerhard Roth overal kan vinden. Niets is wat het lijkt, niemand zegt wat hij werkelijk denkt, niets kun je vertrouwen, het minst van al de taal, die als instrument van de leugen een hoge graad van perfectie heeft bereikt. Daarom, concludeert Roth, ‘kan schrijven alleen maar een onthullen van misdaden zijn, die achter in de taal liggen, een kijkoperatie in de taal. Schrijven is een doorsnede dwars en overlangs door woorden en zinnen, een vivisectie van hun vaten en zenuwen, micro-anatomie van de taal teneinde sporen te vinden.'(‘Das allmähliche Verstummen der Sprache’, Die Zeit 1987) Naast het beroep van anatoom verschijnt in dit beeld als vanzelfsprekend dat van de criminoloog, en inderdaad zijn in de ‘Archieven van het zwijgen’ naast de archeoloog, de etnograaf en de holenonderzoeker vooral deze twee aan het werk; geneeskunde en justitie zijn de twee gebieden die als een rode draad door het hele werk lopen. Het blootleggen en het spoorzoeken – het werk van de patholoog en de forensische criminoloog – zijn in hoge mate bepalend voor het schrijven van Gerhard Roth. In een wereld die in zijn ogen een ‘labyrint van vervalsingen’ is, waarin de vervalsing ‘het masker van het juiste’ draagt en datgene wat voor juist moet doorgaan alleen maar van ‘afspraken afhangt’, is de schrijver iemand die probeert plaatsvervangend voor anderen een weg te vinden in het labyrint van leugen en huichelarij, de werkelijkheid het onzichtbaar makende masker van haar kop te trekken en de stilzwijgende afspraken te verstoren die doen alsof het verkeerde het juiste, de facade de inhoud, de leugen de waarheid is en alsof het verzwegene en verdrongene nooit hebben bestaan. ‘De wereld doet zich onschuldig voor en is dodelijk,’ heeft Gerhard Roth een keer in een van zijn ‘Interrupties vanuit Wenen’ in ‘Die Zeit’ geschreven en hij meende dat het alleen aan ons aller ‘opvoeding tot handigheid en aanpassing’ te danken is dat het bouwsel dat van leugens aan elkaar hangt niet allang is ingestort. Het is zeker geen toeval dat in Roths werk uitgerekend die mensen een centrale rol spelen die deze handigheid en aanpassing missen en die door hun onvermogen zich anders voor doen dan ze zijn de heimelijke afspraken verstoren: de buitenstaanders en de gekken, die juist daarom gek heten te zijn omdat hun de gave van het simuleren ontbreekt en hun de wereld net zo angstaanjagend voorkomt als ze is.'(Raster 84, bladzijde 179-180)Morgen verder.